Welkom bij WSV'30
Heren 1
Dames 1
DE DERBY AAN DE UILSLOOT
De hele week is Mark van drie deuren verder een prima kerel. We bespreken bij de VOMAR de matige kwaliteit van de trostomaten en delen een vriendschappelijk knikje over de heg terwijl we allebei onze grijze kliko aan de weg zetten. Effe snel een praatje, een glimlach en dan weer ieder zijn weg. Maar zodra op de zaterdagavond de spotlights over het kunstgras van het sportpark WSV'30 glijden en de geur van frituurvet van de kantine zich mengt met de mufheid van een net niet goed gedroogde sporttas, knapt er iets.
Zodra de mannen van Zaandijk het parkeerterrein oprijden, is hun fan Mark niet langer de man die mij vorig jaar hielp met het snoeien van de hortensia’s. Nee, Mark is vanaf nu een indringer. Een barbaar die de heilige grond van WSV’30 komt bevuilen. Het is fascinerend hoe snel het menselijk brein degenereert tijdens een streekderby. In de kleedkamer hangt een spanning die je normaal alleen ziet bij een ontmantelingsbehandeling van een blindganger uit de Tweede Wereldoorlog. De aanvoerder kijkt alsof hij zojuist een bloedpact heeft gesloten met de godenzonen van de Wormer, terwijl hij zijn noppen (figuurlijk dan) extra scherp vijlt. Het begint op de tribune. De "oerkreten" stijgen op. Een onschuldige schouderduw bij de cornervlag wordt door het publiek direct vertaald als een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade. Een gepensioneerde vrijwilliger van WSV’30, die normaal gesproken nog geen vlieg kwaad doet in zijn volkstuintje, brult ineens de scheidsrechter toe 'dat-ie blind is'.
Waarom doen we dit? Wetenschappers mompelen iets over adrenaline en groepsdruk, maar de waarheid is veel mooier: de streekderby is een legale emotionele wasstraat. In het dagelijks leven zijn we keurige burgers. We betalen onze parkeerbelasting, zeggen "u" tegen de tandarts en houden keurig de deur open voor vreemden. Maar op het veld van WSV’30? Daar mag je ongestraft je innerlijke holbewoner de vrije loop laten. Vooral bij een derby, Geel voor een doodschop? Een medaille voor getoonde inzet en een sarcastisch liedje over Zaandijk mee blèren? Dat is geen pesten, dat is cultuurbeheer. Het is heerlijk. Het is een collectieve ontlading waar geen enkele yogasessie tegenop kan.
Het mooiste aan de strijd tussen WSV'30 en Zaandijk is de paradox: we haten elkaar zo intens dat het ons onlosmakelijk verbindt. We hebben elkaar nodig. Zonder die "verfoeilijke" buurman valt er namelijk niemand te vernederen, en zonder de dreiging van een nederlaag smaakt de overwinningspils in de kantine naar kraanwater. We kunnen ineens weer liters op. En na het weekend praten we dan weer over de hortensia's. Vrolijk, gezellig. Als fijne buren.
Maar bij een overwinning, dan gaat demonstratief de vlag van WSV’30 in de voortuin.
GEURTJES