• Welkom bij WSV'30

    Heren 1

    Dames 1

  • Met de Pen van Geurtjes Nr.4

  • GRASMAT-DRAMA

    Ah... zomaar een zondagmiddag bij WSV’30. De geur van het vers gemaaide gras op het C-veld, een lauw broodje bal in de kantine en de eeuwige strijd tussen de seksen op de velden van Wormer. Als ik vanaf de zijlijn over de velden tuur, zie ik een contrast dat groter is dan het verschil tussen een tactische bespreking van de trainer en het lallende gezang na drie meter bier. Aan de ene kant hebben we onze herenselectie. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van de passie, maar soms lijkt het A-veld meer op een auditie voor de toneelschool Amsterdam dan op een voetbalwedstrijd. We kennen hem allemaal: de ‘stervende zwaan’. Een verdediger van de tegenpartij ademt per ongeluk in de nek van onze spits, en hoppa: daar gaat hij. Hij stort ter aarde alsof hij zojuist door een sluipschutter vanaf het dak van de kantine is neergehaald. De schreeuw die volgt, reikt tot aan de Zaanse Schans. Terwijl de scheidsrechter twijfelt tussen geel of het bellen van 112, rolt de speler nog vijf keer over het kunstgras zodat de zwarte rubberkorreltjes de lucht vullen.  Het is pure heavy metal: luid, agressief en soms een tikkeltje overdreven.

    Draai je je hoofd een kwartslag naar het damesveld, dan kom je in een totaal ander universum. Hier geen explosies, maar een klassiek concert op noppen. Waar de mannen het gras 'opvreten', lijken de dames eroverheen te zweven met de precisie van een balletdanseres. Ze sparen de grasmat alsof ze weten dat de vrijwilligers die het onderhouden ook gewoon hun vaders of buren zijn. En de fysieke strijd? Als een dame een beuk krijgt waar een gemiddelde kerel drie weken ziekteverlof voor zou aanvragen, staat zij op, klopt het gras of de rubber korreltjes van haar knie en zegt: "Lekker potje voetbal hè?". Geen drama, geen rollende ogen naar de scheids, maar pure vastberadenheid. Waar de heren elkaars ego’s proberen te overtreffen met wie de duurste patta's in de kleedkamer heeft staan, vallen de dames elkaar in de armen om een choreografie van passes te bespreken die zelfs de rasechte Wormerse nuchterheid doet wankelen.

    Laten we eerlijk zijn: bij de mannen is het vaak een strijd van de individuele glorie. De topscorer die de bal opeist alsof het zijn persoonlijke eigendom is, terwijl zijn teamgenoten erbij staan als figuranten in zijn eigen speelfilm. 

    Bij de dames van WSV voelt het meer als een klassikaal onderonsje. Het gaat om het collectief. Ze werken samen als een geoliede machine. Soms geven ze elkaar zó vaak de bal over dat ik me afvraag of ze hem überhaupt wel in het net willen schieten, of dat ze gewoon genieten van de geometrische perfectie van hun positiespel. De teamgeest is daar echt sterk. Terwijl de mannelijke voetballers pronken met hun nieuwste horloges en glimmende bolides op de parkeerplaats, vinden de dames hun glitter in het spel zelf. Geen behoefte aan uiterlijk vertoon; de passie op het veld is genoeg.

    Damesvoetbal bij WSV’30 is een oase van sportiviteit in een wereld die soms een beetje te vol zit met testosteron en valse kreten. Het is de frisse wind die we nodig hebben tussen alle ego's door. Dus de volgende keer dat je weer bij WSV bent: kijk eens verder dan de stervende zwanen op het A-veld en geniet van de sport in zijn puurste, meest gracieuze vorm. En mocht er toch een ambulance nodig zijn? Dan is de kans 99% dat die voor een man is, die over zijn eigen veters struikelde.

    GEURTJES