Welkom bij WSV'30
Heren 1
Dames 1
19 mei 2026
MET DE TIJD MEE.
"Ha, die lach herken ik nog!"
Luid schalde haar stem over het terrein van zwembad Het Zwet in Wormer. Of ik het positief dan wel negatief moet interpreteren dat zij mijn lach nog herkende laat ik dan maar in het midden. Het moet in ieder geval al minimaal 30 jaar terug zijn dat ik de betreffende dame ooit nog gesproken heb. Ik ken haar namelijk nog van het honk- en softbal bij WSV’30’30. En van die sporten heeft WSV’30’30 toch al jaren geleden helaas afscheid genomen.
En waar kwam ik de dame dan nu wederom tegen? Zoals gezegd, in het zwembad, waar zij met haar vriendinnen trouw ieder ochtend om negen uur in het water ligt. Voor de gezelligheid, zegt ze dan. Nu zou het voor veel mannen een ideaalplaatje kunnen zijn om als (bijna) enige kerel tussen allemaal meiden in badpak (nou ja, dames op zekere leeftijd) in een zwembad te liggen, maar ik kan mij voor de gezelligheid andere dingen voorstellen dan rillend naar adem happen tussen de ijsschotsen in een poging het hoofd boven water te houden.
En wat er dan in vredesnaam te lachen viel in dat als een poolzee aanvoelende zwembad is mij ontschoten. Bevangen door de kou denk ik. Het is begin mei, kwart voor tien in de morgen, en een armetierige 10 graden boven nul! Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat daar dan überhaupt iets te lachen valt. Wat dóe je daar verdikkeme in je (op badkleding na) blote togus? Leuk is dan niet het woord dat in mij opkomt. Al zou lachwekkend dan inderdaad wél dat goede woord kunnen zijn.
Die verklaring ligt in het feit dat wij, mijn vrouw en ik, al enige tijd niet meer aan actieve sportbeleving doen. Ik heb jarenlang bij WSV’30 gevoetbald en gezaalvoetbald. Daarnaast basketbalde ik bij WOV en hield met dat alles mijn algehele conditie en fitheid redelijk op niveau. Als we dan tenminste alle derde helften, de periode waarin ík meestal uitblonk, even buiten beschouwing laten. Ook mijn vrouw liet zich in haar jongere jaren niet onbetuigd, zij heeft jarenlang gezaalvoetbald en gesoftbald bij WSV’30. En ik weet uit ervaring dat de derde helften bij het honk- en softbal (hebben ze daar eigenlijk wel een eerste en een tweede helft?) ook hun uitdagingen met zich meebrengen.
Inmiddels is de actieve sportbeleving in teamverband voor ons echter al een aantal jaren geleden tot een einde gekomen. Om toch in beweging te blijven en niet te verzanden in vetopbouw (een licht zwembandje rond het middenrif wordt al zichtbaar) en de dagen niet te hoeven slijten op een uitkijkpost achter de geraniums, hebben mijn vrouw en ik besloten om, naast het wandelen, te gaan zwemmen. Volgens de kenners goed voor lichaam en geest, en naar het schijnt de enige sport waarbij alle spiergroepen in het lichaam worden gebruikt. Nu is zwemmen niet onze grootste hobby, en om dan toch de discipline op te kunnen blijven brengen om het zwembad daadwerkelijk te bezoeken hebben wij de zwemafspraken samen met een vriendin gemaakt. Zodoende is zij onze stok achter de deur, en wij die van haar. Dus kochten we op Koningsdag keurig een abonnement om daarna vol overgave (écht?) onze baantjes te kunnen gaan trekken. Twintig baantjes per keer: in een vijftig-meter-bad is dat, God-salleme-liefhebben, dus gewoon een kilometer!
En die stok achter de deur bleek nodig. Toen onze vriendin een keer verhinderd was bleven wij vervolgens ook keurig thuis! Als de stok dienst weigert valt het goede voornemen volledig in duigen. Discipline is dus niet onze sterkste kant, en zéker niet in een zwembroek (ik) of badpak (mijn vrouw) bij 10 graden boven nul!
Of bovenstaande ‘hobby’ ons dan inderdaad fit en ‘jong’ houdt zal de tijd moeten uitwijzen. Het succes is in ieder geval niet per direct merkbaar. Toen ik onlangs op de fiets stapte op weg naar brouwerij De Hoop in Zaandijk voor een biertje met wat voormalige collega’s (uiteraard niet de manier om dat ongewenste zwembandje weg te krijgen, al is een zwembad dan weer wél de uitgelezen plek om er een te hebben) werd ik nog vóór de Zaanbrug al ingehaald door fietsers van diverse leeftijden. Niet alleen jonger dan ik, daar kan ik nog mee leven, maar zelfs ook beduidend ouder! En dat laatste kon toch echt niet waar zijn! Het zweet stond al op mijn voorhoofd! Was mijn conditie dan zó slecht? Dat strookte toch absoluut niet met mijn zelfbeeld. Maar dat bleek gelukkig ook niet zo te zijn. Ik werd ingehaald door allerlei lieden op zo’n nep-fiets. Zo’n ding met een accu en elektromotor. Dat is valsspelen, daar valt niet tegen op te trappen. Voortbeweging op mijn fiets werkt nog louter door spierkracht. Ben ik dan de enige in het dorp die nog zo’n ‘antieke’ tweewieler heeft? Ben ik daarmee een heus anachronisme? Een soort Catweazle, hoor ik niet thuis in deze tijd? Zou zomaar kunnen, ik heb tenslotte ook nog een auto die op benzine rijdt.
Ben je in deze tijd stoer of knettergek als je bij 10 graden boven nul naar een buitenzwembad gaat? In plaats van naar een sportschool, die tegenwoordig als paddestoelen uit de grond lijken te schieten en waar je lekker binnen bij de kachel kunt sporten?
Als je de dame die ik in het zwembad tegenkwam vraagt naar een pitcher, zal zij je ongetwijfeld vertellen dat het een werper is die een honk- of softbal naar een slagman of -vrouw smijt. Bij voorkeur zo hard mogelijk, en het liefst ook nog met effect. Zou zij verbaasd zijn als zij hoort dat het tegenwoordig een kan bier van bijna twee liter blijkt te zijn? Die je gewoon in de kantine kunt bestellen?
Sportschool, nep-fiets, pitcher. Misschien moet ik toch maar eens proberen met mijn tijd mee te gaan.
Groet,
Pisces